AUTEURSRECHT

K

unst met een grote K - schilderijen, poëzie, opera's, etc. - wordt beschermd door het auteursrecht. Ook werken die "gewoner" zijn, kunnen auteursrechtelijke bescherming genieten. Te denken valt hierbij aan een reclamedeuntje, de vormgeving van een stoel of het "format" van een televisieprogramma.

Aan de orde komen: wetgeving | ontstaan van het recht | duur van het recht | werk | rechthebbende | exploitatierechten | beperkingen | persoonlijkheidsrechten | portretrecht | overdracht en licentie | plagiaat.

Lees eerst ter introductie: Rechtsgebied.

MENSENRECHT - Artikel 27 lid 2 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens luidt als volgt: "Een ieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht."

Wetgeving

De Nederlandse Auteurswet dateert uit 1912. De wet is ingevoerd naar aanleiding van de in 1886 gesloten Berner Conventie. Nederland is ook partij bij de Universele Auteursrechtconventie (1954).

In 2001 heeft de Europese Unie de Richtlijn Harmonisatie in de Informatiemaatschappij vastgesteld. In navolging van het WIPO Auteursrecht Verdrag, probeert de Richtlijn het auteursrecht aan de snelle ontwikkeling van (vooral) digitale technieken - Internet, bijvoorbeeld - aan te passen. In 2004 is de Auteurswet aan deze Richtlijn aangepast.

In 2001 is ook de Volgrechtrichtlijn vastgesteld. De bedoeling is dat de beeldend kunstenaar telkens als zijn werk wordt verkocht een aandeel in de opbrengst krijgt. Voorwaarde is wel dat het werk in de professionele kunsthandel wordt verkocht. Op 1 april 2006 is de Auteurswet hieraan aangepast.

Ontstaan van het recht

Bijna 160 (!) landen - waaronder Nederland - zijn aangesloten bij de Berner Conventie. Deze conventie bepaalt dat voor de verkrijging van auteursrechtelijke bescherming geen enkele formaliteit vereist is. Het auteursrecht ontstaat op het moment van schepping van het werk.

De Universele Auteursrechtconventie kent geen formaliteitenverbod. Aangesloten landen mogen eisen stellen aan het verkrijgen van bescherming, zoals een depot of inschrijving. Buitenlanders hebben voldoende aan het aanbrengen van een copyright-notice.

Het copyright-notice bestaat uit het teken © gevolgd door het jaar van eerste publicatie en de naam van de rechthebbende (in die volgorde!).

WIJ RADEN AAN HET COPYRIGHT-NOTICE op alle exemplaren van het werk aan te brengen, ook al is dat in Nederland strikt juridisch niet noodzake- lijk. U claimt zo in ieder geval het auteursrecht en dat schrikt potentiële inbreukmakers mogelijk af.

Uit bewijstechnisch oogpunt raden we verder aan uw werk bij de notaris te laten deponeren. U beschikt dan over een onomstotelijk bewijs op een bepaalde datum over het werk beschikt te hebben.

Zie voor meer informatie: Bescherming - Notarieel depot.

Duur van het recht

Het auteursrecht vervalt zeventig jaar na de dood van de maker. Bij een gemeenschappelijk auteursrecht eindigt het auteursrecht 70 jaar na de dood van de langstlevende maker.

Is de maker onbekend of een rechtspersoon - zoals een stichting of een B.V. -, dan vervalt het auteursrecht zeventig jaar na de eerste rechtmatige openbaarmaking van het werk.

Werk

De Auteurswet zelf zegt niets over wanneer iets nu wel of niet auteursrechtelijk beschermd is. De wet spreekt alleen over een "werk van letterkunde, wetenschap of kunst".

De Hoge Raad stelt echter wel degelijk eisen aan een werk (Lancôme/Kecofa-arrest uit 2006).

Vatbaar voor menselijke waarneming

Een werk moet vatbaar zijn voor menselijke waarneming; het moet vorm hebben gekregen. Een idee dat alleen in het hoofd van de bedenker zit, is niet beschermd. Vertelt de bedenker het op een verjaardagsfeestje, dan mag iedereen daarmee doen wat hij wil.

Een werk hoeft echter niet af te zijn (denk aan Schuberts "Unvollendete"). Ook hoeft een werk niet permanent waarneembaar te zijn. Een improvisatie of een verloren gegaan schilderij blijft auteursrechtelijk beschermd.

Eigen, persoonlijk karakter

Het belangrijkste criterium is dat het om een geestelijke schepping moet gaan. Hiermee wordt bedoeld dat het om iets creatiefs, iets oorspronkelijks behoort te gaan. Het moet "nieuw" zijn voor de maker van het werk. We noemen dit wel de eis van de subjectieve nieuwheid.

De Hoge Raad formuleert het als volgt: een werk dient "een eigen, oorspronkelijk karakter" te hebben en "het persoonlijk stempel van de maker" te dragen.

U WEET PAS ZEKER dat uw werk auteursrechtelijk beschermd is als een rechter dat daadwerkelijk vastgesteld heeft. Deze rechter moet beoordelen of elementen met een eigen, persoonlijk karakter aanwezig zijn. Bij kunst met een grote K zal dat overigens vrijwel altijd het geval zijn. Bij "gewoner" werk is het afwachten, al neemt een Nederlandse rechter vrij snel auteursrechtelijke bescherming aan.

Er zijn twee uitzonderingen op bovenstaande eis. De prestaties van uitvoerende artiesten zijn niet auteursrechtelijk beschermd. De Wet op de Naburige Rechten schiet hier gelukkig te hulp.

Zie: Rechtsgebied - Naburige rechten.

Daarentegen zijn onpersoonlijke geschriften, zoals telefoonnummers en programmagegevens, weer wel auteursrechtelijk beschermd. Zie onder andere het EPC/GEC-arrest van de Hoge Raad uit 2002.

Deze geschriftenbescherming is een voortvloeisel van het eeuwenoude "kopijrecht" dat de economische (en niet de creative) inspanning van de uitgever en drukker beschermt.

Verder is er nog een speciale regeling. Wanneer - bijvoorbeeld - een archeologische vondst wordt gedaan, heeft diegene die die vondst voor het eerst rechtmatig openbaar maakt een met het auteursrecht vergelijkbaar recht, dat echter slechts 25 jaar duurt.

Niet iets technisch

Het moet gaan om een werk van "letterkunde, wetenschap of kunst". Dit betekent dat het niet op het gebied van de techniek mag liggen; een uitvinding is dus uitgesloten van auteursrechtelijke bescherming. Wel kan de vormgeving die niet door de techniek bepaald wordt, auteursrechtelijk beschermd zijn.

Zie voor de bescherming van uitvindingen: Rechtsgebied - Octrooirecht.

Geen bewustheidseis

Tenslotte: voor auteursrechtelijke bescherming is niet vereist dat de maker bewust een werk in de zin van de Auteurswet heeft willen scheppen (Endstra Tapes-arrest, Hoge Raad, 2008).

Rechthebbende

Diegene die een werk maakt, bezit het auteursrecht. Onder maker wordt verstaan diegene wiens geestelijke schepping in het werk vorm heeft gekregen (Kluwer/Lamoth-arrest van de Hoge Raad uit 1990).

Het gaat er dus niet om wie het stoffelijke exemplaar daadwerkelijk heeft gemaakt. Zo is de architect de maker van van het gebouw en niet de aannemer.

Gemeenschappelijk auteursrecht

Hebben verschillende makers samengewerkt en zijn de afzonderlijke bijdragen niet van elkaar te scheiden, dan is een gemeenschappelijk auteursrecht ontstaan. Voor exploitatie van dat werk is dan toestemming van alle makers nodig (aldus de Hoge Raad in het La belle et la Bête-arrest uit 1949).

Zijn de bijdragen wel te scheiden (geschreven tekst en de daarbij horende illustraties, bijvoorbeeld) dan heeft elke maker een eigen auteursrecht op zijn eigen bijdrage.

Echter als een werk tot stand is gebracht naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht, dan bezit hij het auteursrecht op het gehele werk. Ook al hebben anderen een zekere creatieve inbreng gehad (zoals bijvoorbeeld bij de tekenfilms van Walt Disney).

Filmauteursrecht

Bij de exploitatie van een film komen zoveel rechthebbenden te pas, dat de Auteurswet een aparte regeling kent. Kort (en dus onvolledig) gezegd: de makers worden geacht hun auteursrecht aan de producent overgedragen te hebben. Dit geldt overigens niet voor de componist van de filmmuziek.

Verzamelaarsauteursrecht

Verder is er een aparte regeling voor verzamelwerken (kranten, tijdschriften, encyclopedieën). Naast het auteursrecht van diegene die een bijdrage aan het verzamelwerk levert, bezit ook de verzamelaar een auteursrecht. Er kan hier dus sprake zijn van een dubbel auteursrecht.

Werkgeversauteursrecht

De Auteurswet bepaalt dat de werkgever als maker gezien wordt en niet zijn werknemer. De werkgever heeft dus het auteursrecht in handen. Wel moet de werknemer in dienst zijn om bepaalde werken te maken. Een boekhouder die toevallig een leuk reclamedeuntje verzint, blijft de maker - en dus auteursrechthebbende - op dat deuntje.

EEN VEEL VOORKOMEND MISVERSTAND is dat ook de "free-lancer" zijn auteursrecht verliest aan zijn opdrachtgever. Niets is minder waar. De opdrachtnemer behoudt zijn auteursrecht, tenzij uiteraard anders is overeengekomen.

Er zit echter een addertje onder het gras. Brengt bijvoorbeeld De Bijenkorf een door u vormgegeven produkt op de markt en u stemt in met de uitgave en u ziet af van naamsvermelding, dan verkrijgt het bedrijf het auteursrecht. U kunt natuurlijk anders afspreken.

Exploitatierechten

Alleen de auteursrechthebbende bepaalt of en onder welke voorwaarden een werk geëxploiteerd wordt. Beter gezegd: of een werk verveel- voudigd en/of openbaar gemaakt wordt.

Het woord "exploitatie" suggereert dat het gaat om het streven naar winst. Daarvan kan sprake zijn, maar dat hoeft niet. Zo kan iemand juist besluiten zijn werk niet op de markt te brengen.

Verveelvoudigen

Er zijn twee soorten verveelvoudigingen die auteursrechtelijk gezien van belang zijn.

Allereerst de "pure" reproduktie: er wordt een boek gekopieerd of een CD gebrand van een een andere CD. Je kunt hier spreken van "slaafse verveelvoudiging". De piraterij houdt zich bezig met deze vorm van verveelvoudiging.

Daarnaast kan een werk ook verveelvoudigd worden door iets toe te voegen of weg te halen. Je vertaalt bijvoorbeeld een roman of je orkestreert een bepaald muziekstuk. We spreken hier van "bewerken". De vertaler of diegene die orkestreert (de bewerker) levert hier meestal een creatieve prestatie.

Dubbel auteursrecht

Wil iemand de vertaling of het bewerkte muziekstuk uitbrengen, dan moet hij niet alleen toestemming vragen aan de oorspronkelijke schrijver en componist, maar ook aan de bewerker. Er is sprake van een "dubbel auteursrecht".

Het kan zo zijn dat een "bewerker" zich alleen heeft laten inspireren door het oorspronkelijke werk. Denk maar eens aan Mendelsohns muziekwerk Midsummernightdream gecomponeerd naar aanleiding van Shakespeare's gelijknamige toneelstuk. In zo'n geval worden geen auteursrechtelijk beschermde elementen overgenomen.

DIEGENE DIE VAN INBREUK WORDT BESCHULDIGD moet in het algemeen bewijzen dat hij niet ontleend heeft (bewust, noch onbewust) en dat zijn werk dus een "zelfstandige schepping" is. Een verklaring van de maker dat hij zijn werk niet heeft "afgekeken", is hierbij niet voldoende. Dit heeft de Hoge Raad in het Barbiepop- en het Shoppingspel-arrest (uit 1992 en 2000) uitgemaakt.

Openbaarmaken

Openbaarmaken is het werk ter beschikking stellen van het publiek. Dit kan bijvoorbeeld door een boek in een winkel te verkopen, een film te vertonen of een schilderij in een museum op te hangen. Voor al deze handelingen is dus toestemming van de auteursrechthebbende nodig.

Twee soorten

Er zijn twee soorten openbaarmakingen. Het materieel openbaarmaken (in het verkeer brengen van exemplaren: boeken, CD's, etc.) en het niet-materieel openbaarmaken (vertonen van films, uitvoeringen, radio, televisie, etc.).

Ook "verdere" openbaarmaking is openbaarmaking. Staat in een café de radio aan, dan maakt de caféhouder het radioprogramma opnieuw openbaar (Caféradio-arrest van de Hoge Raad uit 1938).

Besloten kring

Het in besloten kring openbaarmaken - bijvoorbeeld een toneelstukje tijdens een verjaardagsfeest - hoeft geen openbaarmaken in auteursrechtelijke zin te zijn. Voorwaarde is wel dat het moet gaan om een familie-, vrienden- of daaraan gelijk te stellen kring en geen toegang betaald hoeft te worden. Van zo'n kring is niet snel sprake. Zo vond de Hoge Raad in 1979 dat een bejaardentehuis daar niet onder viel (Dreeshuis/BUMA-arrest).

Uitputting

Bij materiële openbaarmaking kan sprake zijn van "uitputting". Zo mag iemand die een boek gekocht heeft deze verder verkopen, zonder dat hij daarvoor toestemming van de schrijver of uitgever nodig heeft. De Auteurswet bepaalt echter uitdrukkelijk dat uitlenen en verhuren als openbaarmaken gezien moet worden; hier geldt de uitputtingsregel dus niet.

Beperkingen

Niet altijd kan de auteursrechthebbende voorkomen dat zijn werk verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt wordt. Soms weegt het belang van anderen of het algemeen belang zo zwaar dat grenzen gesteld worden aan het uitoefenen van het auteursrecht.

De in de Auteurswet vermelde beperkingen zijn in 2004 aangepast aan de Europese Richtlijn Harmonisatie in de Informatiemaatschappij (kortweg: Auteursrechtrichtlijn). Dit betekent dat het Europese Hof van Justitie hier de hoogste rechter is.

Zie ook: Rechtsgebied - Algemeen - Rechtspraak.

De beperkingen moeten voldoen aan de in de Auteursrechtrichtlijn genoemde driestappentoets. Beperkingen zijn alleen toelaatbaar (1) in bepaalde bijzondere gevallen, (2) als geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van het werk en (3) wettige belangen van de auteursrechthebbende niet onredelijk worden geschaad.

De wettelijke beperkingen vormen waarschijnlijk een gesloten systeem. Dit betekent dat als een geval niet bij één van de beperkingen is onder te brengen, er sprake is van auteursrechtinbreuk.

Hieronder komen enkele beperkingen aan bod.

Vrije nieuwsgaring

Nieuwsberichten mogen uit een dag- of weekblad worden overgenomen in een ander dag- of weekblad, zonder dat om toestemming gevraagd hoeft te worden. Wel moet onder andere de bron en maker vermeld worden.

Ook mogen auteursrechtelijk beschermde werken in een reportage worden getoond. Het televisiejournaal mag dus de schilderijen van Karel Appel tonen, wanneer er van hem een overzichtstentoonstelling geopend wordt.

Citaatvrijheid

Het moet uiteraard mogelijk zijn in een recensie, aankondiging, polemiek of wetenschappelijk werk het werk waar het over gaat te citeren. Denk aan een citaat uit een pas verschenen roman, een foto op een affiche of het opnemen van een tekening in een studieboek.

De Auteurswet bepaalt wel dat het citeren - onder andere - in overeenstemming moet zijn "met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is".

Werken van de overheid

Wetten, rechterlijke uitspraken, verordeningen, etc. zijn vrij van auteursrechten. Ander door of vanwege de openbare macht openbaar gemaakt werk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, tenzij het auteursrecht uitdrukkelijk is voorbehouden.

Onderwijs

Als de op- of uitvoering van een werk deel uitmaakt van het schoolwerkplan, dan is toestemming van de auteursrechthebbende niet nodig. Denk hierbij aan het klassikaal kijken naar schooltelevisie, voorlezen van gedichten en het spelen van muziek.

Ook voor de verveelvoudiging en openbaarmaking van lesmateriaal is geen toestemming nodig van de rechthebbende. Wel echter dient een billijke vergoeding betaald te worden. Bekend voorbeeld zijn de "readers" van hogescholen en universiteiten.

Eigen gebruik

Het is geoorloofd voor eigen gebruik enige exemplaren - twee of drie - van een bepaald werk te maken. Er mag een video-opname van een televisieprogramma gemaakt worden of een kopie van een CD die geleend is van de bibliotheek. Zolang, zoals gezegd, er maar sprake is van eigen gebruik. Gemaakte exemplaren mogen dus niet aan derden worden gegeven.

Er bestaan enkele uitzonderingen. De regeling is niet van toepassing op software en databanken. Een bouwwerk mag niet voor eigen gebruik nagebouwd worden (!) En ook het integraal kopiëren van een boek of partituur is niet geoorloofd, tenzij mag worden aangenomen dat het boek of de partituur niet meer in de handel komt. Wel mogen krantenartikelen als geheel gekopieerd worden.

Reprobesluit

Voor o.a. de overheid, bibliotheken en onderwijsinstellingen) is een aparte regeling getroffen (het Reprobesluit). Deze mogen dat wat in druk verschenen is fotokopiëren, mits voor eigen gebruik. Voor deze kopieer- vrijheid dient wel een billijke vergoeding aan de Stichting Reprorecht betaald te worden. Ondernemers, verenigd in VNO-NCW en MKB-Nederland, hebben met de Stichting Reprorecht een voor het bedijfsleven vergelijkbare regeling getroffen.

De hoeveelheid opnamen voor eigen gebruik van beeld en geluid is enorm. Het branden van een DVD of CD is een fluitje van een cent en de beeld- en geluidskwaliteit is (bijna) gelijk aan dat van het origineel. Het electronisch kopiëren nam zo'n hoge vlucht dat een aparte regeling in het leven is geroepen. Op blanco informatiedragers - ook op de "ouderwetse" cassette en videoband - zit een opslag. Deze wordt betaald door fabrikant of importeur (aan de Stichting De Thuiskopie), die de opslag uiteraard weer doorberekent aan de consument.

HET DOWNLOADEN VAN MUZIEK OF FILMS via Internet mag op basis van deze beperking in het auteursrecht. Wat echter niet mag is het zoge- naamde "uploaden" van dergelijk materiaal. Uploaden is namelijk een vorm van openbaarmaken en dat is een aan de auteursrechthebbende(n) voorbehouden handeling.

Openbare ruimte

Als een bouwwerk of een ander kunstwerk permanent op een openbare plaats is geplaatst, mogen afbeeldingen daarvan worden verveelvoudigd en openbaar gemaakt. Een ansichtkaart van het Groninger Museum mag dus worden verkocht zonder dat daarvoor de toestemming van architect Mendini is vereist. Nabouwen mag echter niet!

Parodie

Pas sinds 2004 is in de Auteurswet een parodie-exceptie opgenomen. Parodiëren mag, mits het gebruik naar de regels van het maatschappe- lijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is. Een parodie die commercieel schadelijk is voor de auteursrechthebbende lijkt dan ook niet te mogen; daarvoor is deze beperking niet bedoeld.

Persoonlijkheidsrechten

De maker van een werk bezit - naast de exploitatierechten (openbaar- maken en verveelvoudigen) - de persoonlijkheidsrechten op dat werk. Deze "morele rechten" blijven bij de rechthebbende, zelfs al is het auteursrecht (het exploitatierecht) overgedragen.

Naamsvermelding

De rechthebbende kan zich in het algemeen verzetten tegen het achterwege laten van zijn naam bij openbaarmaking (het recht op naamsvermelding). Ook kan hij zich verzetten tegen het plaatsen van een onjuiste naam of tegen wijziging in de benaming van het werk.

Wijzigingen, misvorming en verminking

Ook kan hij optreden tegen wijzigingen in het werk zelf (tenzij dat verzet onredelijk is) en tegen misvorming en verminking van het werk die nadeel toebrengt aan de naam of eer van de maker.

De vraag is natuurlijk: wat is onredelijk? Het lijkt niet onredelijk schrijffouten uit een manuscript te halen. En hoe zit het met misvorming en verminking? Het is in ieder geval zo dat hier ook naar de omgeving gekeken wordt waarin het werk geplaatst wordt. Denk maar eens aan de het plaatsen van een foto in een racistische brochure.

De vernietiging van een werk is geen misvorming of verminking van dat werk, zo heeft de Hoge Raad in het Jelles/Zwolle-arrest uit 2004 uitgemaakt. In dat arrest ging het om de sloop van een gebouw. Er kan bij vernietiging wel sprake zijn van misbruik van recht.

IN TEGENSTELLING TOT HET EXPLOITATIERECHT vererven de persoonlijk- heidsrechten niet zo maar. De auteursrechthebbende zal iemand bij testament aan moeten wijzen die na zijn dood deze rechten voor hem uitoefent. Vergeet dat dus niet!

Portretrecht

Diegene die op bijvoorbeeld een foto of schilderij is afgebeeld hoeft zich niet alles te laten welgevallen. Hij of zij heeft een portretrecht. Zo'n portretrecht kan de exploitatierechten van de auteursrechthebbende behoorlijk inperken.

Er is sprake van een portret als de persoon uit de afbeelding kan worden herkend. De gelaatstrekken hoeven daarbij niet zichtbaar te zijn. Zo kunnen de in een reportage getoonde lichaamshouding en ten gehore gebrachte stem er toe leiden dat iemand herkend wordt, zelfs al is het gelaat afgeblokt. Alsdus het Breekijzer-arrest van de Hoge Raad uit 2003.

Niet in opdracht gemaakt

Heeft de geportretteerde geen opdracht gegeven voor het maken van het portret, dan kan hij zich verzetten tegen openbaarmaking. Wel moet hij of zij een "redelijk belang" hebben.

Zedelijk belang

Zo'n redelijk belang kan bestaan uit een zedelijk belang: de persoonlijke levensfeer behoort geëerbiedigd te worden. Zo kan iemand zich meestal verzetten wanneer zijn portret gebruikt wordt in een commerciële reclame-uiting (Discodanser-arrest van de Hoge Raad uit 1997).

Heeft iemand een redelijk belang dan kan hij echter niet onder alle omstandigheden publicatie voorkomen. In het Ferdi E.-arrest uit 1994 besliste de Hoge Raad dat het persoonlijke belang van de geportretteerde afgewogen moet worden tegen de vrijheid van meningsuiting. In dit geval mocht Panorama een foto van de moordenaar van Gerrit-Jan Heijn plaatsen.

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) bepaalde in 2004 dat de publicatie van foto's van bekende personen in privé- omstandigheden niet zo maar plaats kan vinden. De publicatie zal in het algemeen een bijdrage moeten leveren aan "een publiek debat over een kwestie van algemeen belang" (Caroline von Hannover-arrest).

Commercieel belang

Een redelijk belang kan ook bestaan uit een commerciëel belang. Mensen met een "verzilverbare populariteit" (sporters, filmsterren, etc.) moeten zelf kunnen bepalen waar hun portret voor wordt gebruikt. Aldus de Hoge Raad in 't Schaep met de Vijf Poten-arrest uit 1979.

In opdracht gemaakt

Is een portret in opdracht gemaakt, dan moet voor openbaarmaking toestemming gevraagd worden aan zowel de geportretteerde als de auteursrechthebbende. De schilder die een door hem gemaakt portret wil tentoonstellen, bijvoorbeeld, is dus afhankelijk van het fiat van de geportretteerde.

Als het echter gaat om een foto die in een krant of tijdschrift geplaatst wordt, dan is toestemming van alleen de geportretteerde voldoende. Wel heeft de maker - uiteraard - recht op naamsvermelding.

Overdracht en licentie

Je kunt als rechthebbende het auteursrecht zelf exploiteren. Meestal ontbreekt daartoe echter de kennis en ervaring (en contacten). Vaak worden dan ook licenties afgegeven of wordt het auteursrecht overgedragen.

Overdracht

De wet bepaalt uitdrukkelijk dat overdracht van het auteursrecht schriftelijk dient plaats te vinden. De bedoeling hiervan is de auteursrechthebbende voor al te onbezonnen acties te beschermen. Daarom ook worden in beginsel alleen die bevoegdheden overgedragen die ook daadwerkelijk vermeld zijn.

Overdracht van het auteursrecht op werken die nog gemaakt moeten worden is mogelijk. Wel moeten die te maken werken voldoende duidelijk worden omschreven.

BUMA/STEMRA

Leden van de BUMA en aangeslotenen bij de STEMRA hebben een klein gedeelte van auteursrecht overgedragen aan deze organisaties. Dat is bijzonder praktisch.

Radiostations en locaties waar muziek ten gehore wordt gebracht (café's, warenhuizen, etc.) kunnen nu hun zaken regelen met slechts één organisatie, de BUMA. Anders zouden zij met elke componist of tekstdichter afzonderlijk een overeenkomst moeten sluiten.

Hetzelfde geldt ten aanzien van verveelvoudiging (op bijvoorbeeld CD); daarvoor moet men bij de STEMRA zijn.

ER ZIJN NOGAL WAT BELANGENORGANISATIES actief in de auteursrecht- wereld. Zo is er de Stichting Pictoright (voor illustratoren, beeldend kunstenaars, grafisch vormgevers, etc.) en de Burafo (voor fotografen). Veel van deze organisaties zijn ondergebracht in het Centrum voor Dienstverlening Auteurs- en aanverwante Rechten (CEDAR).

Licentie

Een rechthebbende kan zijn "allesomvattende" auteursrecht overdragen, maar ook slechts een klein stukje. Hetzelfde geldt voor het geven van toestemming om een een werk te exploiteren (licentiëring).

Zo kan een spellenbedenker een speluitgever toestemming geven voor het uitbrengen van zijn bordspel in Nederland voor een periode van vijf jaar. Hij kan hem echter ook toestemming geven om zijn spel eeuwig- durend en wereldwijd te exploiteren. Krijgt de uitgever ook nog een procesvolmacht, dan komt zo'n licentie in de praktijk dicht bij een overdracht in de buurt.

Een groot verschil is echter dat een licentie ook mondeling afgesproken kan worden. Toch is dat niet verstandig. Vaak regelt een licentie-overeenkomst vele, lastige zaken. Het is beter misverstanden te voorkomen en een schriftelijk stuk op te maken.

Plagiaat

Tenslotte nog dit: de veel gebruikte term "plagiaat" is geen wettelijke term. Het woord komt nergens in de Auteurswet voor. In het algemeen spraakgebruik wordt onder plagiaat meestal verstaan het onder eigen naam openbaarmaken van het werk van een ander: een typisch voorbeeld van het pronken met andermans veren.

Meer weten over Intellectuele Eigendom? Zie Rechtsgebied - Algemeen.

Email: info@bescherm-uw-idee.nl - Telefoon: 065 3344558 -
U kunt ook gebruik maken van onderstaand formulier.


 
Uw bericht

naar boven

Nieuws | Over ons | Doelgroep | Rechtsgebied | Bescherming | Inbreuk | Afspraken | Workshop | Advocatuur

U kunt zich op onze 'news feed' abonneren. Voeg ons toe aan uw netwerk van Linkedin. Volg ons via Twitter. Met vooral artikelen uit De Volkskrant en NRC. Abonnees van deze kranten kunnen de artikelen digitaal lezen. Bezoek ons op Facebook en word ook 'fan'!

Zoeken

Nieuwsbrief
Aanmelden
Afmelden


vorige pagina  volgende pagina


Boek van de
maand

Over de teloorgang van de muziekindustrie.

Appetite For Self-Destruction, Knopper (2009)


Film (DVD)

Boeiende film over de uitvinder van de intervalruitenwisser.

Flash Of Genius, Abraham (2009)


Recensie
Trailer

U komt hier terecht op de website van bol.com.

Bescherm uw Idee b.v.

Advies inzake Intellectuele Eigendom - sinds 2001

info@bescherm-uw-idee.nl
065 3344558
Skype-naam: bescherm_uw_idee_bv
Messenger-adres: info@bescherm-uw-idee.nl
ICQ-nummer: 594893860